Op zoek naar vleesetende planten
in het wild: onze roadtrip door het zuidoosten van de VS
Van moerassen in Florida vol alligators tot velden vol Sarracenia alata, leucophylla en flava: een reisverslag, locatie per locatie, met wat we onderweg leerden over de cultivatie van vleesetende planten.
Het was al jaren een droom: vleesetende planten zien groeien waar ze vandaan komen, in het wild. In Nederland en België kunnen we zelf al genieten van een paar inheemse soorten: de ronde zonnedauw (Drosera rotundifolia) en blaasjeskruid (Utricularia) groeien hier gewoon in de natuur, als je weet waar je moet zoeken. Maar voor de echt spectaculaire soorten, de Venusvliegenvanger (Dionaea muscipula) en de kleurrijke trompetbekerplanten (Sarracenia), moet je toch echt een stuk verder reizen. Het bijzondere: deze planten komen voor in delen van de VS (en een klein stukje Canada) waar het, net als bij ons, gewoon winter wordt. Geen zuiver tropische kaslucht dus, maar echte seizoenen, inclusief vorst. Dit verslag volgt onze route van Noord-Florida tot diep in Alabama, locatie per locatie, met wat we onderweg leerden over het verzorgen van vleesetende planten.
- Noord-Florida / Zuid-Georgia, Sarracenia minor
- Tattnall County, GA, S. purpurea ssp. venosa
- South Carolina, S. flava var. flava, var. cuprea en (zeldzaam) var. atropurpurea
- Okefenokee Swamp, GA, moeras, alligators, S. minor
- Georgia (langs de weg), S. minor var. minor, x formosa
- Apalachicola, FL (dag 1 & 2), S. flava, S. rosea, S. rubra subsp. gulfensis, S. leucophylla, x moorei
- Miramar Beach / Bay County, FL, S. flava var. ornata
- Washington County, FL, D. filiformis var. floridana, D. tracyi
- Yellow River, FL/AL, S. rubra, S. leucophylla, x bellii
- Conecuh, AL, zuivere S. leucophylla
- Citronelle, AL, leucophylla en hybriden
- Buttercup Flats, Misssippi, velden vol S. alata
- Splinter Hill Bog, AL, S. leucophylla
- Blackwater, AL, FL, hybriden, waaronder x moorei

1–2. Sarracenia minor: Noord-Florida en Zuid-Georgia
We beginnen bij Sarracenia minor, de meest zuidelijke van alle Sarracenia-soorten. De natuurlijke verspreiding loopt tot ongeveer Orlando, waar het in de winter nauwelijks nog vriest. Dat maakt S. minor uit dat gebied over het algemeen minder geschikt voor buitenteelt in ons klimaat (Nl, BE, DE,...): deze planten zijn simpelweg niet gewend aan stevige vorstperiodes. Zoek je wél een winterharde S. minor voor buiten, ga dan voor een locatievorm uit Noord-Florida in plaats van Midden-Florida of specifiek de zogenaamde "okefenokeensis"-variant uit het Okefenokee-gebied (verderop in dit verslag), die zijn een stuk beter bestand tegen kou.
Nog een leuk detail hier: er komt in dit gebied ook een natuurlijke hybride voor tussen S. psittacina en S. minor, bekend als Sarracenia × formosa.
Je kan op de foto's klikken om te vergroten.










Habitatoverzicht, rozetten van S. minor, D. capilaris, Rhynchospora en de natuurlijke hybride S. x formosa..
Tattnall County: een bijzondere, kwetsbare locatie
Deze locatie houden we bewust kort en met weinig foto's: het gaat om een heel kleine, sterk beschermde populatie met bijzondere S. purpurea ssp. venosa met opvallend sterke, donkere adertekening op de kap, en daarnaast ook nog wat Sarracenia flava. Precies om die kwetsbaarheid geven we hier geen exacte locatie of uitgebreide beeldvorming.



Close-up van S. purpurea ssp. venosa en S. flava
South Carolina: gewone flava, var. cuprea en de zeldzame Carolina atropurpurea
In South Carolina vonden we op minder gevoelige locaties volop de gewone Sarracenia flava var. flava en de kopertinten van var. cuprea, alsook volop Sarracenia minor. De planten waren hier, in de maand Mei, nog niet zo sterk op kleur als de meer zuidelijke locaties (later in dit verslag).










Gewone S. flava var. flava en de koperkleurige var. cuprea, close-ups van de kap en landschapsbeelden van de savanne.
Eén locatie houden we bewust tot één foto beperkt: die met de opvallende, donkerrode S. flava var. atropurpurea. Deze specifieke plek is kwetsbaar en relatief makkelijk te herkennen voor mensen die bekend zijn met deze regio, dus daar laten we het bij dit ene beeld.
Groepsfoto van Sarracenia flava var. atropurpurea met de donkere, bijna volledig rode keel en kap tegen het groene blad.De Carolina-flava's en Sarracenia flava in het algemeen (en ook de Dionaea's uit deze regio) behoren tot de best groeiende vormen in ons Nederlands/Belgisch klimaat. Deze iets meer noordelijke voorkomende soorten vormen dikke, stevige pollen bij buitenteelt.
Gemiddelde maandtemperatuur en neerslag: Nederland/België vs. Francis Marion NF en Blackwater River State Forest. Het klimaat in bijvoorbeeld Francis Marion ligt qua temperatuurverloop wel nog wat anders dan bij ons. Hoewel het er ook vriest, zijn de gemiddelde temperaturen nog steeds susbtantieel hoger. Wil je dus felle kleuren op je planten zoals in de natuur? Dan hebben de planten buiten of in een onverwarmde kas echt de hele dag volle zon nodig!
Net te laat (of te vroeg?): een net afgebrande locatie
Een van de grappigste (en meest leerzame) momenten van de trip: we kwamen aan bij een locatie die letterlijk nog aan het smeulen was. Verkoolde grond, hier en daar nog rook. Wat wij als teleurstelling zagen, bleek eigenlijk een heel normaal en zelfs noodzakelijk beheerproces: deze gebieden worden door bosbeheer regelmatig bewust in brand gestoken (prescribed burning). Zo wordt voorkomen dat er te veel brandbaar materiaal opstapelt (met risico op véél grotere, ongecontroleerde branden), en wordt tegelijk de concurrentie van houtige planten en struiken teruggedrongen, precies het soort concurrentie waar Sarracenia slecht tegen kan.
Verkoolde/smeulende Sarracenia-locatie Net te laat! Sarracenia zijn vaak de eerste planten die na zo'n brand weer terugkomen, hun rizoom overleeft prima ondergronds. Maak je dus niet al te veel zorgen als je een blad wegknipt dat er niet mooi meer uitziet: in de natuur overleven deze planten dat zonder problemen, en komen ze in het voorjaar erna gewoon weer terug.
Okefenokee Swamp: nat, wild, en vol alligators
Dan naar een van de absolute hoogtepunten van de trip: de Okefenokee Swamp. Een enorm moerasgebied waar Sarracenia minor, zonnedauw en tal van andere planten écht nat groeien, met de wortels permanent in het water. Er is in het verleden geprobeerd delen van dit moeras droog te leggen (o.a. voor houtkap en landbouw), maar dit is nooit gelukt door de enorme omvang van dit moeras waarbij het telkens terug vol liep. Daardoor is het nog steeds een van de meest ongerepte moerasgebieden van de VS.










Alligators, S. minor het water, zonnedauw, moeraslandschap, en de verplichte "Don't feed the gators"-bordfoto.
Onderweg door Georgia: Sarracenia minors langs de weg
Verder door Georgia vonden we regelmatig Sarracenia minor gewoon langs de kant van de weg, in greppels en bermen. Deze zijn meestal de var. minor: een stuk kleiner dan hun noordelijke familieleden, en vaak gekruist met S. psittacina. Een terugkerende, grappige ervaring: omdat je hier zo ver van de bewoonde wereld staat, stopt er wel eens een local om te vragen of alles in orde is. De verbaasde gezichten als blijkt dat het gewoon twee Europeanen zijn die in een greppel vleesetende planten aan het bekijken zijn (ook bij de tankstations onderweg trouwens) vergeet je nooit meer.





Bermlocaties, close-ups Sarracenia minor var. minor, psittacina en weer de kruising S. x formosa.
Apalachicola, dag 1 en dag 2: flava, rugelii, rubricorpora en tracyi
Dan het "echte werk": de Apalachicola-regio in de Florida panhandle, met een indrukwekkende diversiteit aan Sarracenia op relatief korte afstand van elkaar. We vonden hier mooie S. flava var. rugelii en var. rubricorpora, S. purpurea ssp. venosa var. burkii (S. rosea), D. tracyi, Pinguicula, naast prachtige landschapsvergezichten van de savanne zelf. Een bijzondere vondst: een volledig anthocyaanvrije S. psittacina (dus zonder rode/paarse pigmenten), en verder ook geïntroduceerde Dionaea muscipula in dit gebied. De venusvliegenvanger komt van nature alleen in de Carolina's voor, maar lijkt het iets zuidelijker ook prima te doen.


























S. flava var. rugelii en var. rubricorpora, D. tracyi, landschap, de anthocyaanvrije psittacina, en de geïntroduceerde Dionaea muscipula.
Een psittacina-plant die half ondergedompeld groeit in drassige grond.Kweek je S. psittacina in een gewone pot? Dan vangt de plant vaak weinig tot niets en groeit ze matig. Twee oplossingen die wij zelf toepassen: strooi aan het begin van het seizoen een paar (niet te veel!) bolletjes Osmocote (langzaam werkende meststof) in de pot, óf kweek de plant in een grote spagnumbak waarbij ze half onder water staat. Deze manier simuleert de natte omstandigheden waarin deze soort van nature het best gedijt. Twee verschillende methoden om ervoor te zorgen dat de plant voldoende voedingsstoffen binnen krijgt.
Apalachicola, dag 3: leucophylla en x moorei in Franklin County
Dag drie in de Apalachicola-regio leverde nog meer mooie S. flava op, maar het absolute hoogtepunt was het vinden van de zeldzame Sarracenia leucophylla en de hybride S. × moorei in Franklin County, slechts een handjevol planten op deze specifieke plek. In principe, zou er ergens in deze regio ook Sarracenia x excellens (leucophylla x minor) kunnen voorkomen, maar helaas hebben we die nog nooit kunnen vinden. We hebben ook geen idee of deze kruising nog bestaat in de natuur.






De zeldzame leucophylla-planten, de x moorei-hybride, slechts een handjevol planten.
Miramar Beach, Bay County: ornata naast de Walmart, Sandy Creek Road en andere locaties in de buurt
Verder westwaarts, richting Miramar Beach vonden we schitterende Sarracenia flava var. ornata. Grappig (en een beetje verontrustend) detail: de grootste locatie hier ligt letterlijk naast een gigantische Walmart, pal aan een drukke weg. We hopen oprecht dat deze locatie er over een aantal jaar nog is, voordat de bebouwing er verder overheen groeit.













Geweldige Sarracenia flava var. ornata in deze regio en kan je de kikker spotten?
Washington County: rode filiformis en tracyi
In Washington County vonden we een bijzondere locatie met dieprode D. filiformis var. floridana samen met enkele D. tracyi en de natuurlijke hybride tussen de twee. De enige locatie die we bezochten specifiek voor zonnedauw. Deze rode variant is dan ook erg zeldzaam en de moeite waard om even om te rijden.






Utricularia, de rode D. filiformis-vorm, en de hybride tussen deze vorm en D. tracyi.
Een halfuurtje strand en zee, als korte adempauze tussen de plantenlocaties.Yellow River: prachtige planten, kwetsbare habitat
Bij Yellow River vonden we S. rubra, S. leucophylla en hun hybride S. × bellii, stuk voor stuk prachtige planten. Helaas is er van de oorspronkelijke locaties niet veel meer over: een groot deel groeide in de open stroken onder hoogspanningsleidingen (power line clearings), en die zijn hier kapotgespoten met herbiciden. Erg jammer, want de power line clearings zijn vaak juist een plek waar soorten die veel licht nodig hebben goed kunnen gedijen. Onbegrijpelijk om te zien hoeveel er op die manier verloren is gegaan. Een ander deel van het gebied ligt op militair terrein aan de golfkust en is niet makkelijk toegankelijk. De rubra ssp. gulfensis invloed in de kruisingen zorgt voor ietwat elegantere bekers en felrode kleuren.





S. rubra ssp. gulfensis, S. leucophylla, de x bellii-hybride, een locatie met een handjevol planten
⚠️ Habitatverlies in de praktijk: Veel Sarracenia-groeiplaatsen kunnen prima groeien onders hoogspanningstracés omdat die gemaaid werden, waar Sarracenia juist heel goed tegen kan dankzij hun rhizoom. Maar, de afgelopen decennia zijn velen doelbewust met herbiciden behandeld om vegetatie laag te houden, zonder onderscheid te maken met de zeldzame planten die er groeiden. Precies dit soort habitatverlies en mismanagement is volgens ons een van de grootste bedreigingen voor wilde Sarracenia-populaties, ernstiger nog dan illegaal verzamelen.
Leucophylla en D. tracyi die daar groeit zoals bij ons paardenbloemen: gewoon in de berm, zonder franje. Op deze plek maait de gemeente de berm regelmatig en gebruiken ze geen herbiciden. Sarracenia zijn vaak de eerste planten die weer terugkomen na het maaien.
Het moment van de staatsgrens inrijden.Conecuh: zuivere Sarracenia leucophylla en x moorei
In Conecuh vonden we vooral Sarracenia leucophylla, mooi als referentiepunt voor hoe de soort er in het wild "op haar puurst" uitziet, hoewel hier ook een aantal kruisingen met Sarracenia flava voorkomen (x moorei).







"Zuivere" S. leucophylla, close-ups van de witte, adergetekende kap en landschapsbeelden van Conecuh.
Citronelle: leucophylla en hybriden
Een volgende stop in Alabama leverde nog een mooie S. leucophylla-locatie op, met hier en daar planten die twijfelachtige hybride-kenmerken met S. rubra ssp. wherryi vertoonden, niet altijd honderd procent zeker te determineren in het veld.










Sarracenia leucophylla, rubra en alles daartussennin.
Buttercup Flats: velden vol Sarracenia alata
Dan een van de absolute hoogtepunten van de hele trip als het over alata gaat: Buttercup Flats. Letterlijk velden vol met Sarracenia alata, zo ver het oog reikt. Een prachtige, mooie locatie die je met geen mogelijkheid via een foto volledig kan vastleggen. In alle kleuren en vormen, rood, groen, oranje, en zelfs een aantal exemplaren die bijna helemaal zwart waren.










Brede landschapsopnames van het veld, close-ups van individuele S. alata-planten, S. psittacina, en details van kap en aders.
Nog een leucophylla-locatie: hybriden met alata
Op deze locatie lag de nadruk juist op hybriden: onder meer de natuurlijke kruising tussen S. alata en S. leucophylla, bekend als Sarracenia × areolata. Hoewel het nog niet echt het seizoen was voor x areolate (die meestal goede najaarsbekers maakt), hebben we toch een aantal mooie planten kunnen vinden.





Leucophylla-planten met alata-invloed, ter illustratie van hoe lastig veldbepaling soms is.
The best for last: Splinter Hill Bog
En dan, het absolute hoogtepunt voor Sarracenia leucophylla: Splinter Hill Bog, met adembenemende witte trompetbekerplanten zo ver je kunt kijken. Net een akker zoals thuis, maar dan met vleesetende planten in plaats van tarwe.







Sarracenia leucophylla in massa, close-ups van de witte, adergetekende kap, en het bog-landschap.
Blackwater: hybride-paradijs
De absolute afsluiter, en misschien wel de beste locatie (eigenlijk meerdere locaties) van de hele reis: Blackwater. Hier vonden wij de beste natuurlijke hybriden van de trip, waaronder prachtige S. × moorei (leucophylla x flava). We hebben dan ook meerdere dagen besteed aan het Blackwater River State Forest.

















De volledige diversiteit aan hybriden op deze locatie, met nadruk op x moorei in verschillende vormen en kleurschakeringen.
Wat we onderweg leerden voor onze eigen kweek
Substraat: waarom we ons weinig zorgen maken over de toekomst van turf
Wij gebruiken in de praktijk vooral (sphagnum)turf: zure, voedselarme grond voor vleesetende planten die goed vochtig blijft. Interessant genoeg is de bodem in de natuurlijke habitats tussen de dennenbossen ook zuur en voedselarm, maar het is lang niet altijd échte sphagnumturf. Daarom maken wij ons relatief weinig zorgen over het uitfaseren van turf, wat in bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk al gaande is. Turf is geen absolute noodzaak maar een echt goed alternatief is er nog niet helemaal. Wij testen zelf wel alternatieve substraten uit, en delen die resultaten binnenkort met onze klanten.
Vleesetende planten in de vijver: kan dat?
Het antwoord: soms wel. Zoals je in dit verslag ziet, groeien sommige soorten in het wild echt kletsnat, met de wortels permanent in het water. De sleutel is de voedingsstoffenconcentratie en zuurtegraad: een volle koivijver met veel voeding is meestal niet geschikt, maar een voedselarme, natuurlijke vijver met een zure bodem (zoals turf die voorziet) heeft een prima kans. Een snelle check: meet met een simpele PPM-meter. Onder de 100 PPM zit je meestal goed.
Wild versus cultivatie: waar zitten nu de beste planten?
Een interessante observatie van de laatste jaren: vooral de hybriden (kruisingen) worden in cultivatie steeds beter, simpelweg omdat je in cultivatie locaties en genen kan combineren die in de natuur nooit samen zouden komen. Voor de zuivere soorten (S. flava, S. leucophylla, S. alata) kunnen we daarentegen nog steeds veel leren van de natuur zelf.
Vanzelfsprekend is het niet toegestaan om planten uit het wild mee te nemen. Wel zien we, via het verzamelen van zaad (wat de populaties nauwelijks aantast), dat deze wilde genen langzaam hun weg vinden naar cultivatie. Koop je in de EU bij een kweker, dan kun je er tegenwoordig vrij zeker van zijn dat de planten uit cultivatie komen en niet uit het wild, dat lag in de jaren 60 nog wel eens anders.
Tot slot: de auto vastgereden
Een laatste, minder glorieuze anekdote om mee af te sluiten: onze gehuurde Toyota RAV4, specifiek geboekt vanwege de 4x4-aandrijving, bleek bij aankomst een goedkope versie zónder 4x4 te zijn. Dat ontdekten we op de harde manier, midden in de bermgrond van nergens, waar we hem lekker hebben vastgereden. Gelukkig werden we gevonden door de Forest Service, die ons met alle plezier weer op weg hielp.
Onze betrouwbare, toen nog niet vastgereden, Toyota RAV4, maar dan wel de versie zonder 4x4...Zelf de wilde vormen in huis halen?
In het tuincentrum vindt je veelal compacte cultuurkruisingen. Deze makkelijke soorten zijn prima om mee te beginnen. Maar wil je uiteindelijk ook echt grote vleesetende planten in de tuin, balkon of koude kas? Bekijk dan ons assortiment aan grote Sarracenia en meer.
Bekijk ons assortiment🗺️ Zelf al eens vleesetende planten in het wild gezien?
Heb je zelf een veldtrip gemaakt, of plannen om dat ooit te doen? Stuur je verhaal of foto's naar killian@dupontflora.com, we horen het graag.
0 reacties